Werf

mannelijk/vrouwelijk (de)/wɛr(ə)f/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een scheepswerf
    Het schip werd naar de werf gebracht.
  2. een plaats waar goederen gestapeld liggen
    De eigenaar van de werf werd gisteravond dood aangetroffen in zijn huis.
  3. (België) een bouwterrein
  4. maal, keer

Etymologie

* In de betekenis van ‘keer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelswharf
DuitsWerft
Spaansastillero
Russischверфь