Wil

mannelijk (de)/wɪl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de bereidheid of zin om iets te doen
    De wil was er niet om de straat aan te vegen.

Uitdrukkingen

  • Om de wille van de smeer, likt de kat de kandeleer.erg vriendelijk zijn tegen iemand die je niet mag om iets van diegene gedaan te krijgen
  • Tegen wil en dank (doen/zijn)met tegenzin
  • Waar een wil is, is een weg.als je iets echt wilt, dan zul je ook slagen /de weg vinden naar je doel
  • Dat wil zeggendat betekent

Vertalingen

Engelswill
Fransvolonté
DuitsWille
Spaansvoluntad
Italiaansvolontà
Russischволя
Japans意志, いし, ishi
Poolswola
Zweedsvilja