onwil

mannelijk (de)/ˈɔnwɪl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet uitvoeren van een opdracht (met name als het gaat over kinderen en werknemers)
  2. het de keuze maken om niet mee te werken
    De felle, vaak gewelddadige tegenstand die hun bewegingen ondervonden van de autoriteiten en sommige bevolkingsgroepen ging terug op dezelfde constanten: angst voor verlies van controle, woede over het ontwaakte zelfbewustzijn van mensen die ‘hun plaats’ niet meer kenden, agressie uit schuldbewustzijn over het stilzwijgend accepteren van onrecht en de bange verwachting dat er hel en verdoemenis zou uitbreken wanneer de ‘ander’ de macht zou overnemen. Daaronder: het onvermogen of de onwil om in de ander werkelijk een gelijke te zien. de Standaard ZATERDAG 9 SEPTEMBER 2017
    Senioren die hun woning willen aanpassen om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen stuiten vaak op de onwil van de bank om een lening te verstrekken. Tubantia Ronald Vrugteman 08-augustus-2017

Etymologie

* afleiding van wil

Vertalingen

Engelsunwillingness