aversie

vrouwelijk (de)/aˈvɛrzi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afkeer, tegenzin
    En die toekomst was ook voor hem weggelegd; had hij niet van kinds af aan een onverklaarbare aversie tegen deze voorbestemde roeping ontwikkeld.
    Naargelang ze de site vaker bezochten, groeide hun aversie tegen het all-inclusive systeem.

Etymologie

*afgeleid van het Franse aversion of daarvoor van het Latijnse 'aversiō'

Vertalingen

Engelsaversion
Fransaversion
Spaansaversión