Winkel

mannelijk (de)/ˈwɪŋkəl/

Wat is de betekenis van Winkel?

Winkel betekent: (handel) een plaats waar koopwaar wordt verkocht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) een plaats waar koopwaar wordt verkocht

Voorbeelden van "Winkel" in een zin

  • Hij opende in 1924 een winkel voor groente-, bloem- en landbouwzaden in Rotterdam en ging al snel over op het zelf ontwikkelen van nieuwe groenterassen.[https://www.rijkzwaan.nl/node/301 'Natuurlijke groei door kansen te benutten'], rijkzwaan.nl
  • 'Ik was onderweg naar de winkel waar ik mijn zijde koop,' zegt ze.
  • ’s Middags dwaalde ik doelloos door de straten van de oude stad en kwam een winkel tegen waar allerlei verfspullen werden verkocht.

Betekenis en uitleg van Winkel

Een winkel is een plek waar je producten kunt kopen. Het is vaak een fysieke ruimte, zoals een boetiek of supermarkt, maar kan ook online zijn, waar je met een paar klikken artikelen kunt bestellen.

Het woord 'winkel' wordt veel gebruikt in het dagelijks leven, vooral als je het hebt over boodschappen doen of het kopen van kleding. Een winkel kan variëren van een kleine, gespecialiseerde zaak tot een groot warenhuis. Het is een belangrijke plek voor de lokale economie en biedt ook sociale interactie tussen klanten en verkopers.

Voorbeelden

  • Na een lange dag werken besloot ik om even naar de winkel te gaan voor wat verse groenten.
  • Tijdens onze vakantie in de stad hebben we verschillende leuke winkeltjes ontdekt met handgemaakte souvenirs.
  • Online winkelen is de laatste jaren steeds populairder geworden, met veel mensen die liever vanuit huis hun aankopen doen.

Woordoorsprong

Het woord 'winkel' stamt vermoedelijk af van het Oudnederlands 'wincle', wat 'hoek' of 'kromming' betekent, en verwijst naar een plek waar goederen worden aangeboden.

Veelgestelde vragen over Winkel

Wat is de betekenis van Winkel?

Winkel betekent: (handel) een plaats waar koopwaar wordt verkocht

Welk woordgeslacht heeft Winkel?

Winkel is een mannelijk (de).

Hoe gebruik je Winkel in een zin?

Voorbeeld: “Hij opende in 1924 een winkel voor groente-, bloem- en landbouwzaden in Rotterdam en ging al snel over op het zelf ontwikkelen van nieuwe groenterassen.[https://www.rijkzwaan.nl/node/301 'Natuurlijke groei door kansen te benutten'], rijkzwaan.nl

Etymologie

*van Middelnederlands "winkel" "hoek", verg. ook "Winkel" "hoek"; de betekenis is dus eigenlijk "hoek waar men waren uitstalt"; (2).

Uitdrukkingen

  • Een winkel van sinkelEen niet erg hoogstaande winkel waar van alles door elkaar is uitgestald[https://www.taalbank.nl/2018/02/01/allesbedrijf/ allesbedrijf], taalbank.nl
  • Er is werk aan de winkelEr is nog veel werk te verzetten
  • : winkel
  • : ivenkile

Vertalingen

Engelsshop
Fransmagasin
DuitsGeschäft, Laden
Spaanstienda
Poolssklep
Zweedsbutik