Winkel

mannelijk (de)/ˈwɪŋkəl/

Wat is de betekenis van Winkel?

Winkel betekent: (handel) een plaats waar koopwaar wordt verkocht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) een plaats waar koopwaar wordt verkocht

Voorbeelden van "Winkel" in een zin

  • Hij opende in 1924 een winkel voor groente-, bloem- en landbouwzaden in Rotterdam en ging al snel over op het zelf ontwikkelen van nieuwe groenterassen.[https://www.rijkzwaan.nl/node/301 'Natuurlijke groei door kansen te benutten'], rijkzwaan.nl
  • 'Ik was onderweg naar de winkel waar ik mijn zijde koop,' zegt ze.
  • ’s Middags dwaalde ik doelloos door de straten van de oude stad en kwam een winkel tegen waar allerlei verfspullen werden verkocht.

Etymologie

*van Middelnederlands "winkel" "hoek", verg. ook "Winkel" "hoek"; de betekenis is dus eigenlijk "hoek waar men waren uitstalt"; (2).

Uitdrukkingen

  • Een winkel van sinkelEen niet erg hoogstaande winkel waar van alles door elkaar is uitgestald[https://www.taalbank.nl/2018/02/01/allesbedrijf/ allesbedrijf], taalbank.nl
  • Er is werk aan de winkelEr is nog veel werk te verzetten
  • : winkel
  • : ivenkile

Vertalingen

Engelsshop
Fransmagasin
DuitsGeschäft, Laden
Spaanstienda
Poolssklep
Zweedsbutik