Zolder

mannelijk (de)/ˈzɔldər/

Wat is de betekenis van Zolder?

Zolder betekent: (bouwkunde) een houten vloer over een balklaag

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) een houten vloer over een balklaag
  2. vertrek (vertrek) de ruimte tussen de bovenste vloer en de onderste kapspanten, plaats om goederen op te slaan
  3. bouwkunde (bouwkunde) ruimte onder een (schuin) dak

Voorbeelden van "Zolder" in een zin

  • Haal jij die dozen even van de zolder?
  • 'Otto, wil jij stiekem wat turf van de zolder halen? Juffrouw Maren merkt het toch niet.
  • Geachte Sir Peter, het was me een groot genoegen dat ik in '57 het schilderij bij u op zolder aan Rembrandt heb kunnen toeschrijven.

Etymologie

**solarium «zonnebank»

Uitdrukkingen

  • Een schat op zolderIets kostbaars of zeer waardevols waarvan het bestaan niet of nauwelijks bekend is
  • Er is nog kabel op zolderHet is nog in voorraad
  • Hoe hoger de zolder, hoe leger de vloerAls iemand meer over iets praat, duidt dat er vaak op dat die er juist weinig van weet
  • Iemand op zijn achterste zolder jagenIemand beledigen
  • Kippen op zolder houdenOp een vreemde manier het huishouden doen, de woning op een vreemde manier inrichten
  • Op een papieren zolder dansenIets gevaarlijks ondernemen
  • Snoeken op zolder zoekenTevergeefs iets proberen/iets nutteloos doen
  • Zijn koe staat op zolderHij bezit niets

Vertalingen

Engelsattic
Fransgrenier
DuitsDachgeschoss, Dachboden
Spaansaltillo, desván, ático
Poolsstrych