Zomers
/ˈzomərs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) genitief van zomer
zelfstandig naamwoord
- typerend voor de zomerZonnebaden aan de kust is een typisch zomerse activiteit.
Etymologie
*Afgeleid van zomer
Uitdrukkingen
- op z'n zomers gekleed zijn
- lichte kledij dragen
Vertalingen
Engelssummery
Fransestival, d'été
Duitssommerlich
Spaansveraniego
Zweedssommarlik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek