zaagbek
mannelijk (de)/'zaɣbɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (eendvogels) benaming voor eendensoorten uit het geslacht die voornamelijk vis eten en een gekartelde snavelrand bezitten.'s Winters zijn zaagbekken vaak in Nederland te zien.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek