Zuidpool

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzœytpol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde (aardrijkskunde) het uiteinde van de aardas op 90 graden zuiderbreedte
    Een kompasnaald wijst met z'n zuidpool naar de magnetische noordpool van de aarde.
  2. natuurkunde, techniek (natuurkunde), (techniek) het punt van een magneet waar de veldlijnen naar binnen gaan
    Iedere magneet heeft een noord en een zuidpool.
  3. natuurkunde, techniek (natuurkunde), (techniek) het andere uiteinde van de as van een omwentelingslichaam, of van een elektrische geleider, dat door het hulpmiddel van de zg. “rechterhandregel” als noordpool wordt aangewezen
    De magnetische zuidpool van de aarde valt niet precies samen met de geografische.
  4. astronomie (astronomie) het uiteinde van de as van een hemellichaam dat op 90 graden zuiderbreedte ligt
    Een onbemand Chinees ruimtevaartuig heeft beeldmateriaal verzameld van de planeet Mars. Er zijn onder meer voor het eerst beelden gemaakt van de zuidpool op de rode planeet, meldt het China Lunar Exploration Project woensdag.

Vertalingen

Engelssouth pole