zuidpoolcirkel
mannelijk (de)/zœytˈpolsɪrkəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (aardrijkskunde) de bijzondere parallel op 66½° ZBTen zuiden van de zuidpoolcirkel komt de zon in een deel van de winter niet boven de noordelijke horizon.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek