Zwitser

mannelijk (de)/ˈzwɪtsər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. demoniem (demoniem) een inwoner van Zwitserland, of iemand afkomstig uit Zwitserland
    Toevallig had ik aan het zwembad een gesprek gevoerd met een Zwitser, Wale, die met zijn gezin in een camper een rondreis maakte.

Uitdrukkingen

  • Geen geld, geen Zwitserser is altijd wel geld nodig om iets gedaan te krijgen

Vertalingen

EngelsSwiss
DuitsSchweizer
Spaanssuizo