aalsteker
mannelijk (de)/ˈalstekər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een hark waarmee men probeert palingen te vangen, een elger, een aalspeer
Etymologie
*Samenstellende afleiding van aal en steken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*Samenstellende afleiding van aal en steken