aanbesteder
mannelijk (de)/ˈambəˌstedər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) degene die werk laat doen door een aannemer voor een vooraf bepaalde vergoedingDe aanbesteder gunde het werk aan het bedrijf dat het beste bod deed.
Etymologie
* van aanbesteden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek