aanbesteding

vrouwelijk (de)/ˈambəˌstediŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) werk dat wordt aangeboden en waar bedrijven zich voor kunnen melden met de voorwaarden waaronder ze dit werk willen verrichten
    De aanbesteding van de bouw van het nieuwe gemeentehuis ging niet door.
    "Bij de aanbesteding van windparken moet ecologie kernonderdeel zijn van de beoordeling", zei Jetten, die vandaag een werkbezoek bracht aan een groot park voor de kust van Zeeland.
    Ik moet die aanbesteding nog lezen, de gemeente zit op onze offerte te wachten. En die moet vandaag de deur uit.
  2. economie (economie)een bedrag dat aan een nog te bereiken doel wordt besteed
    Het gaat om een aanbesteding van meer dan € 100.000.

Etymologie

* van aanbesteden

Vertalingen

Engelspublic tender, tender
Fransappel d'offres, adjudication
DuitsAusschreibung
Spaansconcurso, destajo, subasta
Italiaanscottimo
Deensudbud