aanbieden

/ˈambidə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ditr (ditr) iets gratis geven dus zonder geldelijke vergoeding, aanreiken, bieden, offreren, presenteren
    Hij heeft een nieuwe baan aangeboden gekregen.
    Hij heeft een kadootje aangeboden gekregen.
    Hij heeft zijn excuses aangeboden.
  2. ov (ov) iets tegen bepaalde voorwaarden of prijs verhandelbaar stellen
    Hij heeft zijn huis te koop aangeboden.
  3. refl (refl) zich ~ (van zaken): zich vertonen, zich voordoen
  4. refl (refl) zich ~ (van personen): zich aanmelden
    Hij heeft zich als nieuwe directeur bij het grote bedrijf aangeboden.

Vertalingen

Engelsoffer, give
Fransoffrir, proposer, présenter
Duitsanbieten, anbieten, erscheinen
Spaansofrecer, presentar, brindar
Italiaansoffrire