aanvaardingsrede

mannelijk/vrouwelijk (de)/an'vardɪŋsredə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toespraak die men houdt als men zich bereid verklaart een functie te vervullen
    Het behoort tot de edelste gebruiken van ons staatkundig bestel dat een aantredend kabinet zijn aanvaardingsrede opent met een eerbewijs aan degenen die in de voorafgaande periode het ambt van minister of staatssecretaris hebben vervuld.
  2. toespraak die men houdt bij het ontvangen van een prijs