aanboren
/ˈamborə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een boor bereikenOm de druk op de oliemarkt enigszins te verlichten boorde een het oliebedrijf een nieuwe oliebron aan.
- (ov) een voorraad gaan gebruikenNu ze vijf dagen ingesneeuwd zaten, moesten ze hun voorraad soep uit een pakje aanboren.
Vertalingen
Duitsanbohren
Spaansalumbrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek