aanbouw

mannelijk (de)/ˈambɑu/

Wat is de betekenis van aanbouw?

aanbouw betekent: het bouwen van iets aan een ander gebouw

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bouwen van iets aan een ander gebouw
  2. het aangebouwde

Voorbeelden van "aanbouw" in een zin

  • De slaapkamer komt in de nieuwe aanbouw.
  • Het oude kasteel heeft vele aanbouwen.
  • Tegen haar verwachting in leidt de deur niet naar de binnenplaats, maar naar een van de bijgebouwen: een lage, langgerekte aanbouw.

Etymologie

* "aanbouwen", vergelijk "Anbau"

Vertalingen

Engelsannexe
DuitsAnbau
Spaansdependencia, anejo
Deenstilbygning