aanbranden
/ˈambrɑndə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr), (kookkunst) vastzitten in of met een verbrande korstAls je de aardappels laat aanbranden is het veel werk de pan schoon te maken.Het eten was aangebrand en de hond had zijn behoefte op de nieuwe pers gedaan.
- (ov) (bouwkunde) (van een muur- of grondvlak) met een dunne laag mortel bestrijken om nieuwe lagen beter te doen hechten
Uitdrukkingen
- Gauw aangebrand zijn — gauw geïrriteerd/ prikkelbaar zijn
Vertalingen
Engelsburn, stick to the pan
Franscramer
Spaanspegarse, quemarse
Italiaansabbraciacchiarsi
Deensbrænde på
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek