aandeelhouderschap
onzijdig (het)/'andelhɔudərsxɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het in bezit hebben van aandelen van een onderneming; het aandeelhouder zijnAandeelhouders ergeren zich sowieso aan hun geringe inspraak. Topman De Haas gaat zijn eigen gang en wordt door critici met een zonnekoning vergeleken. CNV-bestuurder Patrick Fey werpt tegen dat de gemeenten nooit bijzonder hun best hebben gedaan. ,,Als je invloed wilt hebben via het aandeelhouderschap, werk daar dan aan.”Berkelland heeft bij een eerdere discussie over het aandeelhouderschap van de Twentse afvalverwerker besloten deelnemer te blijven van het bedrijf.
Etymologie
* afleiding van aandeelhouder
Vertalingen
Engelsshare ownership, shareholdership, shareholding
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek