aandrijving

vrouwelijk (de)/ˈandrɛivɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) een voortstuwende kracht waarmee toestellen in beweging worden gebracht en gehouden
    Al na een paar sessies met Miriam kon hij zich tot in detail de reparatie van de GS herinneren: hij had een mankementje aan de achterasaandrijving zo handig verholpen dat hij een compleet nieuwe aandrijving in rekening kon brengen zonder ook maar één vervangend onderdeel te hoeven kopen.

Etymologie

* van aandrijven .

Vertalingen

Engelspropulsion
Franspropulsion
DuitsAntrieb
Spaanspropulsión, tracción, accionamiento
Italiaanspropulsione