aanduiden

/ˈandœydə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) aanwijzen, aantonen, duidelijk maken, tonen, bewijzen
    De wiskundige duidde aan dat de wortel uit 2 geen rationeel getal is.
  2. ov (ov) betekenen, verwijzen naar
    Vermoedelijk duidt dit woord iets anders aan.
  3. benoemen
    Hoewel de meeste bewoners van de omliggende wijken het meestal als ‘kanaal’ aanduidden, vertikte zij het de strook water zo te definiëren.

Vertalingen

Engelsindicate, show
Fransindiquer, désigner
Duitsandeuten, zeigen, bezeichnen
Spaansindicar, señalar, designar
Italiaansindicare