Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

aaneenhechting

vrouwelijk (de)/anˈenhΙ›xtiΕ‹/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aan elkaar vasthechten
    Na de aaneenhechting van de resterende schaamlippen blijft een zeer kleine opening over voor menstruatiebloed en urine.
  2. het aan elkaar vastgehecht zijn
    De aaneenhechting is zeer goed waar te nemen.

Etymologie

* van aaneenhechten .