woorden
boek
Start
›
A
›
aanfietsen
aanfietsen
Betekenis
werkwoord
al rijdend op een rijwiel naderen
Hij kwam vanuit de Grote Markt aanfietsen en fietste daarna weg in de richting van de Kamperstraat.
al fietsend een motorfiets starten
Antoniemen
wegfietsen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aanfiets
aanfietst →