aangever

mannelijk (de)/ˈaŋɣeˌvər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bij een komisch duo degene de de grap begint terwijl de andere de grap afmaakt
    De aangever doet zich meestal wat serieuzer en slimmer voor dan de komiek van het duo.
    Een deel van die kunst is gemaakt door James Franco, de acteur-alleskunner die van Laird een onvergetelijk personage maakt. Maar hij kan natuurlijk niet zonder perfecte aangever. Bryan Cranston is zeer op dreef als schoonvader die iets te fanatiek de competitie aangaat met Laird om de gunst van dochter Stephanie. En dan flirt Laird ook nog eens schaamteloos met Neds vrouw, die helemaal opbloeit door zoveel aandacht. NRC André Waardenburg 20 december 2016
    Het gevaar kwam van Sander en Dorien, wist ze uit ervaring. Aangever en afmaker. Duo Doortrapt.
  2. iemand die aangifte doet van geboorte of sterfte
    Ik ben de aangever geweest van mijn kinderen.
  3. iemand die aangifte doet bij de belastingen
  4. iemand die het gezag informeert over iets wat verkeerd is gegaan
    Moszkowicz is sinds 2006 geschrapt van het tableau wegens onbehoorlijke praktijkvoering. Dat betekent dat hij zich niet meer mag uitgeven als advocaat. Tegenwoordig heeft hij daarom een juristenkantoor in Amstelveen. De acht aangevers beklaagden zich erover dat Moszkowicz met de inrichting van zijn kantoor – een advocatendiploma aan de muur en een toga aan de kapstok – de indruk had gewekt nog steeds advocaat te zijn. Tegenover een van hen zou hij bovendien hebben gezegd dat hij dat ambt nog steeds uitoefent. NRC 5 januari 2017
    Nog erger, hij is een verklikker, een aangever, en in welke gevangenis hij ook terechtkomt, hij zal er de meest gehate geïnterneerde zijn.
  5. speler die de voorzet geeft waardoor een ploeggenoot kan scoren

Etymologie

* van aangeven