aanklager

mannelijk (de)/ˈaɲklaɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een strafzaak aanspant
    Het eerste punt was, zoals verwacht, de mededeling van de openbaar aanklager, ene Ebba Bengtsson-Stàhle, dat zij weliswaar de leiding over het vooronderzoek had, maar uiteraard alle vertrouwen had in de competentie van de politie en rekende op een even goede samenwerking als altijd.

Etymologie

*afgeleid van aanklagen

Vertalingen

Engelsaccuser
Fransaccusateur
DuitsAnkläger
Spaansacusador, actor
Italiaansaccusatore
Poolsoskarżyciel
Deensanklager