aankleden

/ˈaɲkledə(n)/

Wat is de betekenis van aankleden?

aankleden betekent: (ov) meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien, decoreren, versieren

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien, decoreren, versieren
  2. ov (ov) iets of iemand kleren aandoen
  3. refl (refl) zich ~: zijn kledij aantrekken

Voorbeelden van "aankleden" in een zin

  • We kunnen de vergelijking aankleden met een voorbeeld uit de praktijk.
  • In de Amerikaanse stad New Jersey heeft een familie hun zelfgemaakte naakte sneeuwvrouw moeten aankleden nadat ze klachten hadden gekregen van de buren.
  • Bowlby schreef dat gezonde mensen het product zijn van 'knuffelen en spelen, van de intimiteit van borstvoeding waardoor een kind de geborgenheid van zijn moeders lichaam leert kennen, van de trots en tederheid waarmee ze tijdens de rituelen van wassen en aankleden zijn armpjes en beentjes aanraakt, waardoor het de waarde van zijn eigen lichaam leert kennen.
  • Zeg, moet je je niet eens aankleden? We moeten gaan lopen, anders zijn we nooit op tijd in het hotel.
  • Zij was bezig zich aan te kleden.

Betekenis en uitleg van aankleden

Aankleden betekent letterlijk het zich kleden of het aantrekken van kleding. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld in de context van het verfraaien of afwerken van iets, zoals een idee of presentatie.

Je gebruikt het woord 'aankleden' vaak in de context van jezelf of anderen kleden voor een specifieke gelegenheid, zoals een feest of werk. Daarnaast kan het ook slaan op het toevoegen van details of elementen om iets completer of aantrekkelijker te maken, zoals het aankleden van een verhaal met extra informatie. Het woord heeft dus zowel een fysieke als een meer abstracte betekenis.

Voorbeelden

  • Hij moest zich snel aankleden voordat de gasten arriveerden.
  • De presentatie werd echt aangekleed met mooie visuals en interessante statistieken.
  • Ze besloot haar eenvoudige slaapkamer aan te kleden met kleurrijke kussens en kunst aan de muur.

Woordoorsprong

Het woord 'aankleden' is samengesteld uit 'aan' en 'kleden', waarbij 'kleden' afkomstig is van het Oudnederlands 'claden', wat ook kleding betekent.

Veelgestelde vragen over aankleden

Wat is de betekenis van aankleden?

aankleden betekent: (ov) meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien, decoreren, versieren

Hoeveel betekenissen heeft aankleden?

aankleden heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je aankleden in een zin?

Voorbeeld: “We kunnen de vergelijking aankleden met een voorbeeld uit de praktijk.

Vertalingen

Engelsdecorate, dress, get dressed
Franshabiller
Duitsdekorieren, verzieren, ankleiden
Spaansdecorar, vestir
Poolsubrać