aankloppen
/ˈaŋklɔpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) kloppen om binnen te komenOp mijn driftig aankloppen werd niet gereageerd.
- ~ bij: hulp vragen aanBij allerlei tegenslagen kunnen de kinderen altijd bij de ouders aankloppenDoor het natuurgeweld moeten honderdduizenden mensen hun leven en hun huis weer opbouwen. Daarvoor kloppen ze aan bij hun verzekeraar. Maar volgens Weppner, die zelf voor een verzekeringsmaatschappij werkt, komen huiseigenaren van een koude kermis thuis.Niet als levende wezens met een zwaar leven die extra in de problemen waren gekomen en hier om hulp aanklopten.
- (ov) door kloppen vaster makenHet materiaal in de voeg goed aankloppen met een zachte bezem.
Vertalingen
Engelsknock at the door
Fransfrapper (à la porte)
Duitsanklopfen
Spaansllamar (a la puerta)
Italiaanspicchiare (alla porta)
Poolszapukać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek