aanknippen

/ˈaŋknɪpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bij het knippen laten ontstaan als vorm die aan een groter geheel verbonden blijft
    Als je zelf een patroon getekend hebt, moet je altijd naadtoeslag aanknippen.
  2. ov (ov) met tuimelschakelaar in werking stellen, aansteken (vooral gezegd van lampen)
    Ik hoor iemand het licht aanknippen.

Etymologie

*[2] ; knip duidt in het algemeen op voorwerpen met twee standen waartussen alleen met enige kracht kan worden gewisseld