angst
Wat is de betekenis van angst?
angst betekent: (psychologie) gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
Betekenis
- (psychologie) gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
Voorbeelden van "angst" in een zin
- Mijn hart bonst van de angst.
- ` Wanneer je angstig bent, mijn zoon, zoek dan de reden van je angst. Zoek in je hart naar iets dat je angst kan laten verdwijnen. {{Aut|Herzen, Frank
- `Onze gasten kunnen gerust slapen in de wetenschap dat hun vertrekken duchtig worden bewaakt; zei Montebello. `Om zich toegang te verschaffen tot de bovenverdiepingen dient men te passeren tussen de hybride verschijningsvorm van de angst en het verraderlijk spinnende poesje dat voor raadselen stelt, die respectievelijk staan voor het weinig realistische zelfbeeld van de man en het wezen van de vrouw, als u het mij toestaat u te amuseren met mijn dilettantisme op het gebied van de symboliek.
Betekenis en uitleg van angst
Angst is een krachtige emotie die ons waarschuwt voor mogelijke gevaren of bedreigingen. Het kan variëren van een lichte nervositeit tot intense vrees, en het speelt een belangrijke rol in onze overlevingsmechanismen.
Het woord 'angst' wordt vaak gebruikt in situaties waarin iemand zich onveilig of bedreigd voelt, zowel fysiek als mentaal. Het kan optreden in alledaagse situaties, zoals het spreken in het openbaar, of in meer ingrijpende omstandigheden, zoals bij fobieën of trauma's. De nuance van angst kan variëren van een gezonde dosis voorzichtigheid tot verlammende paniek.
Voorbeelden
- Toen ze het onbekende pad opging, voelde ze een steek van angst in haar maag.
- Zijn angst om te falen hield hem tegen om de sprong naar een nieuwe carrière te maken.
- De angst voor de donkere kamer maakte het moeilijk voor hem om in slaap te vallen.
Woordoorsprong
Het woord 'angst' komt van het Oudnederlands 'angusta', dat 'benauwdheid' of 'smalheid' betekent. Dit is verwant aan het Duitse 'Angst', dat een vergelijkbare betekenis heeft.
Veelgestelde vragen over angst
Wat is de betekenis van angst?
angst betekent: (psychologie) gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
Welk woordgeslacht heeft angst?
angst is een mannelijk (de).
Hoe gebruik je angst in een zin?
Voorbeeld: “Mijn hart bonst van de angst.”
Etymologie
*Van het Oudnederlandse angust.