bangheid
vrouwelijk (de)/ˈbɑŋhɛit/
Wat is de betekenis van bangheid?
bangheid betekent: een toestand van schrik
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een toestand van schrik
- het gauw bang zijn
Voorbeelden van "bangheid" in een zin
- Bij bangheid gaat het hart sneller slaan.
- Je zal je bangheid voor het donker moeten proberen af te leren.
Etymologie
*Afgeleid van bang .
Vertalingen
Engelsfear, fear
Franspeur, peur
DuitsÄngstlichkeit
Spaansangustia, temor, miedo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek