bangheid

vrouwelijk (de)/ˈbɑŋhɛit/

Wat is de betekenis van bangheid?

bangheid betekent: een toestand van schrik

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een toestand van schrik
  2. het gauw bang zijn

Voorbeelden van "bangheid" in een zin

  • Bij bangheid gaat het hart sneller slaan.
  • Je zal je bangheid voor het donker moeten proberen af te leren.

Etymologie

*Afgeleid van bang .

Vertalingen

Engelsfear, fear
Franspeur, peur
DuitsÄngstlichkeit
Spaansangustia, temor, miedo