aankoek
ˈaŋkuk
Wat is de betekenis van aankoek?
aankoek betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankoeken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankoeken
Voorbeelden van "aankoek" in een zin
- ... dat ik aankoek.
Veelgestelde vragen over aankoek
Wat is de betekenis van aankoek?
aankoek betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankoeken
Hoe gebruik je aankoek in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik aankoek.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek