aankondigen

/ˈaŋkɔndəɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bekendmaken, verklaren
    Feitelijk gezien zal de voorzitter dan bij aanvang van de vergadering het extra agendapunt aankondigen.
    Ook hadden ze in hun kamer een folder ontvangen waarin het spektakel werd aangekondigd.
    De Britse premier Boris Johnson heeft donderdag aangekondigd op te stappen. Hij blijft voorlopig de taken van premier uitvoeren, totdat er een opvolger bekend is. Johnson lag al geruime tijd onder vuur vanwege een reeks schandalen, zoals het bijwonen van feestjes in coronalockdowns. Het vertrek van een aantal prominente ministers de afgelopen dagen blijkt de druppel te zijn geweest.
  2. ov (ov) voorspellen
    Vermoeidheid kan een hartaanval aankondigen.
    Lol, in plaats van zwemvliezen die de grootste tragedie van haar leven aankondigden.

Vertalingen

Engelsannounce, prefigure
Fransannoncer
Duitsankündigen, ankündigen, verheißen
Spaansanunciar
Italiaansannunziare
Poolsogłaszać