aankoopoptie

vrouwelijk (de)/ˈaŋkopˌɔpsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) het recht om iets te kopen
    Dit seizoen speelt Til voor Freiburg, maar maakte hij de meeste speelminuten op het vierde Duitse niveau bij de reserves. De club besloot de aankoopoptie logischerwijs ook niet te lichten.
    Blauw-zwart heeft ook zijn gegeerde spits beet. Sargis Adamyan wordt tot het einde van dit seizoen gehuurd van Hoffenheim, met aankoopoptie.