aankunnen

/ˈaŋkʏnə(n)/

Wat is de betekenis van aankunnen?

aankunnen betekent: (ov) iets of iemand de baas kunnen zijn

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets of iemand de baas kunnen zijn
  2. absol (absol) een kledingstuk met fatsoen kunnen dragen
  3. iets kunnen verdragen

Voorbeelden van "aankunnen" in een zin

  • Hij had zijn oudere broertje nooit aangekund, maar was nu duidelijk de sterkere.
  • Hij kon de grote hoeveelheid werk met gemak aan.
  • Zo gevaarlijk zou het toch niet zijn? Ze had zoveel kerels in haar leven gehad, deze zou ze ook wel aankunnen.
  • Vorig jaar had ze deze dure jurk nog aangekund, maar nu was die volledig uit de mode.
  • ik denk niet dat ik dat emotioneel aankan.

Betekenis en uitleg van aankunnen

Het woord 'aankunnen' verwijst naar de capaciteit om iets te kunnen hanteren of onder ogen te zien, vaak in de context van uitdagingen of druk. Het impliceert een gevoel van kracht of bekwaamheid om met situaties om te gaan.

Je gebruikt 'aankunnen' vaak wanneer je het hebt over de mogelijkheid om met stressvolle of moeilijke omstandigheden om te gaan. Het kan zowel fysiek als emotioneel zijn, zoals wanneer iemand zegt dat ze een zware taak aankunnen of dat ze emotioneel sterk genoeg zijn om een verlies te verwerken. Het woord heeft een positieve connotatie, omdat het suggereert dat iemand in staat is om de situatie te beheersen.

Voorbeelden

  • Na maanden van voorbereiding voelde hij zich eindelijk klaar om de marathon aan te kunnen.
  • Ze wist dat het een zware werkweek zou worden, maar ze was er van overtuigd dat ze het aankon.
  • Met haar ervaring in het onderwijs was ze ervan overtuigd dat ze de nieuwe klas met gemak aankon.

Veelgestelde vragen over aankunnen

Wat is de betekenis van aankunnen?

aankunnen betekent: (ov) iets of iemand de baas kunnen zijn

Hoeveel betekenissen heeft aankunnen?

aankunnen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je aankunnen in een zin?

Voorbeeld: “Hij had zijn oudere broertje nooit aangekund, maar was nu duidelijk de sterkere.

Uitdrukkingen

  • iets aankunnen
  • Ergens op aankunnen

Vertalingen

Engelsbe able to cope with, be able to do, be able to match with
Duitsgewachsen sein, bewältigen, ankönnen