aankunnen
/ˈaŋkʏnə(n)/
Wat is de betekenis van aankunnen?
aankunnen betekent: (ov) iets of iemand de baas kunnen zijn
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets of iemand de baas kunnen zijn
- (absol) een kledingstuk met fatsoen kunnen dragen
- iets kunnen verdragen
Voorbeelden van "aankunnen" in een zin
- Hij had zijn oudere broertje nooit aangekund, maar was nu duidelijk de sterkere.
- Hij kon de grote hoeveelheid werk met gemak aan.
- Zo gevaarlijk zou het toch niet zijn? Ze had zoveel kerels in haar leven gehad, deze zou ze ook wel aankunnen.
- Vorig jaar had ze deze dure jurk nog aangekund, maar nu was die volledig uit de mode.
- ik denk niet dat ik dat emotioneel aankan.
Uitdrukkingen
- iets aankunnen
- Ergens op aankunnen
Vertalingen
Engelsbe able to cope with, be able to do, be able to match with
Duitsgewachsen sein, bewältigen, ankönnen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek