aanlandingspunt
onzijdig (het)/'anlɑndɪŋspʏnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plaats waar iets vanuit het water (weer) aan land komtDe NEL-leiding (440 km) zal via Hamburg en Schwerin het aanlandingspunt van de Nord Stream in Lubmin in de buurt van Greifswald (Mecklenburg-Vorpommern) verbinden met Rehden in Nedersaksen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek