aanleg
mannelijk (de)/ˈanlɛx/
Wat is de betekenis van aanleg?
aanleg betekent: het aanleggen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aanleggen
- plantsoen
- geneigdheid, talent, begaafdheid
- instantie
Voorbeelden van "aanleg" in een zin
- De aanleg van het nieuwe vliegveld liep grote vertraging op
- Met de aanleg van spoorwegen nam die trend een nog hogere vlucht.
- Hij had een grote muzikale aanleg.
- De zaak werd in eerste aanleg door de kantonrechter behandeld.
Etymologie
* van aanleggen
Vertalingen
Engelsaptitude, talent
DuitsAnlage
Spaansconstrucción, aptitud, capacidad
Italiaanscostruzione
Zweedsanläggning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek