aanlegplaats

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈanlɛxˌplats/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar men een boot aanlegt
    Om aan de geur van de natte en vieze Orpington in de auto te ontkomen, stapte Gunnar Barbarotti tijdens de zeven minuten durende overtocht uit, en zo kwam het dat hij heel duidelijk de man zag die bij de aanlegplaats van de pont in Fàrôsund stond te wachten om naar de overkant te gaan.

Vertalingen

Engelsjetty
Fransembarcadère
DuitsAnlegestelle
Spaansdesembarcadero, embarcadero