aanlegsteiger

mannelijk (de)/ˈanlɛxˌstɛiɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) steiger waar men aanlegt
    We stapten uit ons bootje op de aanlegsteiger.
    Ik wandel op blote voeten en in mijn oversized T-shirt de aanlegsteiger op en staar over het glinsterende meer, dat in de verte wordt omzoomd door heldergroene wilgen.
    Hij kon gemakkelijk een boot nemen vanaf de privé-aanlegsteigers van Leicester House, soms in de kledij van een van zijn bedienden, en in het geheim naar Durham House komen.