aanloopmoeilijkheden

meervoud/ˈanlopˌmujləkhedə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de problemen die er zijn bij het beginnen van iets nieuws
    De noodlijdende zoutfabriek Frima is failliet. Het Harlingse bedrijf kende al vanaf de opening in 1995 problemen door aanloopmoeilijkheden en een achterblijvende productie.Volkskrant 14 juli 2000
    Na de demonstratie tegen Italië, met de eerste 3-0 sinds een onbetekenende oefenpot in Franeker 1989, was het begrijpelijk dat Nederland zondag aanloopmoeilijkheden kende tegen Joegoslavië.Volkskrant JOHN VOLKERS 15 september 1997

Vertalingen

Engelsstart-up problems