aanpassing
vrouwelijk (de)/ˈampɑsɪŋ/
Wat is de betekenis van aanpassing?
aanpassing betekent: een verandering zodat iets beter werkt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verandering zodat iets beter werkt
- het zich aanpassen
Voorbeelden van "aanpassing" in een zin
- Dat was de goede aanpassing waardoor het computerprogramma eindelijk goed werkte.
- De outfit komt 'met alle toeters en bellen', inclusief de aanpassingen die Whitney zelf heeft gedaan. In het grijze pak dat de zangeres onder de outfit droeg, zitten zelfs nog wat gaten die er tijdens de opnames zijn ingekomen. Ook missen er daardoor wat chromen balletjes die aan het pak zaten.
- Hij maakte een aanpassing in zijn manier van lesgeven.
- In de jaren daarna deed Swanson nog enkele aanpassingen aan hun een- persoonsmaaltijden.
Etymologie
* van aanpassen .
Vertalingen
Engelsadaptation, adjustment
Fransadaptation, adjustement
DuitsAnpassung, Anpassung
Spaansacomodación, adaptación, adecuación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek