aanpassingsperiode
vrouwelijk (de)/ˈampɑsɪŋsˌperijodə/
Wat is de betekenis van aanpassingsperiode?
aanpassingsperiode betekent: een periode die nodig is of verondersteld wordt nodig te zijn voor een aanpassing
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een periode die nodig is of verondersteld wordt nodig te zijn voor een aanpassing
Voorbeelden van "aanpassingsperiode" in een zin
- Deze personen kunnen na een aanpassingsperiode minimaal drie maanden en op basis van een positief advies van een oogarts weer geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 2.
Veelgestelde vragen over aanpassingsperiode
Wat is de betekenis van aanpassingsperiode?
aanpassingsperiode betekent: een periode die nodig is of verondersteld wordt nodig te zijn voor een aanpassing
Welk woordgeslacht heeft aanpassingsperiode?
aanpassingsperiode is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van aanpassingsperiode?
Synoniemen van aanpassingsperiode zijn: aanpassingsduur, aanpassingstermijn, aanpassingstijd.
Hoe gebruik je aanpassingsperiode in een zin?
Voorbeeld: “Deze personen kunnen na een aanpassingsperiode minimaal drie maanden en op basis van een positief advies van een oogarts weer geschikt worden verklaard voor rijbewijzen van groep 2.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek