aanpasten

ˈampɑstə(n)

Wat is de betekenis van aanpasten?

aanpasten betekent: meervoud verleden tijd van aanpassen

Betekenis

werkwoord
  1. meervoud verleden tijd van aanpassen

Voorbeelden van "aanpasten" in een zin

  • ...dat wij aanpasten.
  • ...dat jullie aanpasten.

Veelgestelde vragen over aanpasten

Wat is de betekenis van aanpasten?

aanpasten betekent: meervoud verleden tijd van aanpassen

Hoe gebruik je aanpasten in een zin?

Voorbeeld: “...dat wij aanpasten.