aanpasten
ˈampɑstə(n)
Wat is de betekenis van aanpasten?
aanpasten betekent: meervoud verleden tijd van aanpassen
Betekenis
werkwoord
- meervoud verleden tijd van aanpassen
Voorbeelden van "aanpasten" in een zin
- ...dat wij aanpasten.
- ...dat jullie aanpasten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek