aanplakker
mannelijk (de)/'anplɑkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die aanplakbiljetten plaktDe auteur bespreekt het arrest van de Hoge Raad waarin de aanplakker van de poster ”Stop het gezwel dat islam heet” werd vrijgesproken. De rechter vond dat het beledigen van een godsdienst niet hetzelfde is als de (verboden) belediging van een groep mensen vanwege hun godsdienst. Reformatorisch Dagblad Arjan Klaassen 27-04-2010 [https://www.rd.nl/opinie/columns/virtueel-masker-1.166389 Virtueel masker]
Etymologie
* van aanplakken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek