aanplakking
vrouwelijk (de)/'anplɑkɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de keer dat men een affiche of reclamebiljet ergens aanplakt
- iets dat ergens aan is vastgekoekt
Etymologie
* van aanplakken
Vertalingen
Engelsbill-sticking, bill-posting
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek