aanrechtsubsidie
vrouwelijk (de)/ˈanrɛxtsʏpˌsidi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een heffingskorting die men krijgt als de niet werkende partner onvoldoende verdient om te kunnen profiteren van de algemene heffingskortingHuwelijksquotiënt: de aftrek voor niet-werkende partners van kostwinners heet in de volksmond de aanrechtsubsidie. Hieraan sleutelen is niet populair bij de Christen-Unie, want die partij is pleitbezorger van het traditionele gezin, met één ouder die thuisblijft.de Tandaard 17 MAART 2009De overheid mag de algemene heffingskorting voor de niet-werkende partner in eenverdienersgezinnen, ook wel aanrechtsubsidie genoemd, afbouwen naar nul.de Telegraaf 08 december 2017
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek