aanreiker
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die iets overhandigtEen Vestdijkiaan in opleiding heeft zijn sherpa nodig op wie hij blind kan varen, een vaderlijke aanreiker die een beetje aandringt, en dát is Steinz. Vestdijkkroniek. Jaargang 2004 Fries de Vries [https://www.dbnl.org/tekst/_ves001200401_01/_ves001200401_01_0016.php Literaire detectives ]
Etymologie
* van aanreiken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek