aanruk
ˈanrʏk
Wat is de betekenis van aanruk?
aanruk betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanrukken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanrukken
Voorbeelden van "aanruk" in een zin
- ... dat ik aanruk.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek