aanschaffingsprijs
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de hoeveelheid geld die men betaalt voor een bepaald product als men het kooptTegen donker was een van Polens mooiste gebouwen leeggehaald: de totale aanschaffingsprijs was in 1896 meer dan drie miljoen dollar geweest en met de latere toevoegingen was de waarde nu vijfmaal zoveel, en alles werd ontstolen aan het Poolse volk waarvoor het altijd bedoeld geweest was.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek