aanschellen

Wat is de betekenis van aanschellen?

aanschellen betekent: aanbellen met de huisdeurbel om binnen gelaten te worden

Betekenis

werkwoord
  1. aanbellen met de huisdeurbel om binnen gelaten te worden

Voorbeelden van "aanschellen" in een zin

  • ' 'Nou waar ik woon wéét je, he?' 'Boven die koekebakker, he?' 'Ja, je zag me toch aanschellen? Nou daar.
  • ' De trapdeur was dicht, zeker voor de kou, en hij moest aanschellen.