aanschellen
Wat is de betekenis van aanschellen?
aanschellen betekent: aanbellen met de huisdeurbel om binnen gelaten te worden
Betekenis
werkwoord
- aanbellen met de huisdeurbel om binnen gelaten te worden
Voorbeelden van "aanschellen" in een zin
- ' 'Nou waar ik woon wéét je, he?' 'Boven die koekebakker, he?' 'Ja, je zag me toch aanschellen? Nou daar.
- ' De trapdeur was dicht, zeker voor de kou, en hij moest aanschellen.
Veelgestelde vragen over aanschellen
Wat is de betekenis van aanschellen?
aanschellen betekent: aanbellen met de huisdeurbel om binnen gelaten te worden
Wat zijn synoniemen van aanschellen?
Synoniemen van aanschellen zijn: aanbellen.
Hoe gebruik je aanschellen in een zin?
Voorbeeld: “' 'Nou waar ik woon wéét je, he?' 'Boven die koekebakker, he?' 'Ja, je zag me toch aanschellen? Nou daar.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek